Afschrijving bedrijfsmiddelen

Als je bedrijfsmiddelen in gebruik hebt voor het drijven van je onderneming dan zullen deze op den duur in waarde dalen door dit gebruik. Deze waardedaling moet tot uitdrukking komen in het financieel plaatje van je onderneming.

Dat wil dus zeggen dat je een bedrag in aftrek dient te brengen van het resultaat. Dit bedrag moet dan overeenkomen met het bedrag dat gelijk is aan de uitgave die je hebt gedaan voor het bedrijfsmiddel verdeeld over een aantal jaren.

Door op deze manier de waardedaling te verwerken zorg je ervoor dat het bedrag wat je hebt uitgegeven aan het bedrijfsmiddel in principe wordt terugverdiend.

Moment afschrijving

Nu is het ook niet zo dat op het moment dat je een bedrijfsmiddel aanschaft je ook direct mag beginnen met afschrijven. De afschrijving voor een bedrijfsmiddel mag pas starten op het moment dat je het betreffende bedrijfsmiddel daadwerkelijk voor je onderneming gaat gebruiken.

Evenredige afschrijving

De hoofdregel is dat er afgeschreven dient te worden over een aantal jaren in gelijke delen. Op deze methode van afschrijving bestaan er echter ook uitzonderingen.

Deze uitzonderingen hebben betrekking op het jaar van aanschaf van je bedrijfsmiddel en op het jaar dat je hetzelfde bedrijfsmiddel besluit te verkopen. In deze twee gevallen mag je dus niet over het gehele jaar afschrijven.

Je dient in dit geval de afschrijving evenredig toe te passen. Stel dat je op 1 november van een willekeurig jaar een bedrijfsmiddel hebt aangeschaft Dan dien je de afschrijving als volgt te berekenen.

Eerst bereken je de afschrijving per jaar van je aangeschafte bedrijfsmiddel en daarna neem je een evenredig deel van het bedrag van de afschrijving dat gelijk is aan de periode van het gebruik, in dit geval 1/6 deel. Dit betekent dus dat je voor dat betreffend jaar maar over 2 maanden mag afschrijven.

Doet de situatie zich voor dat je het bedrijfsmiddel op 1 mei van een willekeurig genomen jaar verkoopt, dan mag je voor dat jaar maar 1/3 deel van het afschrijvingsbedrag over dat jaar ten laste van je resultaat brengen. In dit geval mag je dus maar over 4 maanden afschrijven.

Geen afschrijving mogelijk

Nu kan het ook voorkomen dat je sommige bedrijfsmiddelen in gebruik hebt waar je helemaal niet over mag afschrijven. In dit geval is er namelijk geen sprake van een waardedaling ontstaan door gebruik. Bedrijfsmiddelen die niet in aftrek komen voor afschrijving zijn bijvoorbeeld het grond dat je in gebruik hebt bij de uitoefening van je bedrijf. Ook bepaalde vergunningen kunnen eronder vallen.

[wp_ad_camp_1]

Er bestaat ook nog een ander criterium voor bedrijfsmiddelen dat bepaald of je wel of niet mag afschrijven. In dit geval gaat het om een drempelbedrag dat bepaald of de afschrijving mogelijk is. Dit drempelbedrag heeft betrekking op de aanschaf. Wanneer de aanschafwaarde minder dan € 450 exclusief omzetbelasting bedraagt dan mag je op zo’n bedrijfsmiddel niet afschrijven. Deze bedrijfsmiddelen dien je dan direct ten laste van het resultaat te brengen.

Grens afschrijving

De totale afschrijving is aan een grens gebonden. Daarnaast dient het ook te gaan om bepaalde kosten.

Wat betreft de kosten mag je namelijk niet meer afschrijven dan het bedrag dat gelijk is aan de aanschaf- of voorbrengingskosten. Hier mag je dus geen rekening houden met een vervangingswaarde.

De afschrijvingsgrens wordt bepaald door de restwaarde. Je mag dus nooit meer afschrijven dan het verschil tussen de aanschaf- of voorbrengingskosten vermindert met de restwaarde van je bedrijfsmiddel.

Restwaarde

De restwaarde van je bedrijfsmiddel kun je niet middels een standaardformule bepalen. Met de restwaarde wordt er bedoeld de waarde op het moment dat het bedrijfsmiddel geen nut meer heeft voor het drijven van je onderneming. Voor ieder bedrijfsmiddel dien je dit apart te bepalen door middel van een schatting.

Heb je eenmaal de restwaarde bepaald dan die jij je als ondernemer hieraan te houden. Er geldt wel een uitzondering hierop en dat is in het geval de waarde een belangrijke verandering ondergaat. Je kunt in dit geval dan bijvoorbeeld denken aan afschrijving op gebouwen waar je maar maximaal mag afschrijven tot de bodemwaarde. Deze bodemwaarde is bepaald op 50% van de WOZ-waarde.

Bedrijfsmiddelen met beperkte levensduur

Het kan ook zijn dat je bedrijfsmiddelen hebt waarvan de levensduur beperkter is dan dat van een normaal bedrijfsmiddel. In dit geval kun je dan hier een onderscheidt maken naar goodwill en overige bedrijfsmiddelen. Gaat het om goodwill dan mag je maar maximaal 10% van de waarde als afschrijving hanteren en voor de overige bedrijfsmiddelen die onder deze categorie vallen is dat maximaal 20% van de waarde.

Privé goederen

Komt het voor dat je uit privé goederen inbrengt in je onderneming dan dien je in dit geval niet als aanschafwaarde te hanteren het bedrag dat je voor de zaak toentertijd had betaald. Je dient hier als waarde te hanteren de waarde zoals dat geldt ten tijde van de inbreng.

Afschrijving software

Heb je bijvoorbeeld software in gebruik in je onderneming dat is aangeschaft na 2007 dan mag het aanschafbedrag hiervan in een keer ten laste van je resultaat worden gebracht. Voor software aangeschaft voor 2007 dient er gewoon normale activering plaats te vinden waarop dan ook volgens de normale manier afgeschreven dient te worden.

Bepaling aanschafkosten onroerend goed

Ingeval je onroerend goed koopt voor gebruik in je onderneming, een bedrijfspand dus, dan dien je tot de normale koopprijs ook de kosten voor notaris en makelaar te rekenen en daarbij de overdrachtsbelasting.

Dit alles samen met de aankoopprijs vormen dan je totale aanschafkosten waar je op dient af te schrijven, rekening houdend met de bodemwaarde in dit geval.

Afschrijvingsmethode

Afschrijving dien je te doen volgens een bepaalde methode. Nu is het ook niet zo dat er maar een bepaalde methode bestaat. Voor diverse bedrijfsmiddelen zijn er diverse afschrijvingsmethoden voorhanden. Hier kun je een onderscheidt maken naar afschrijving middels een vast percentage van de aanschafprijs en de afschrijving middels een vast percentage van de boekwaarde.

Afschrijving vast percentage aanschafprijs

Ga je voor de methode van een afschrijving op basis van een vast percentage van de aanschafprijs dan is het ook niet weer zo dat er maar een vast percentage geldt voor alle bedrijfsmiddelen. Je dient dit percentage zelf te schatten waarbij je rekening dient te houden met het aantal jaren dat je het bedrijfsmiddel zal gebruiken en de daarbij behorende restwaarde.

Bij een vast percentage van de aanschafprijs gaat het dus om een afschrijvingsbedrag dat jaarlijks hetzelfde blijft. In het geval er een vast percentage van de boekwaarde wordt genomen dan gaat het om een afschrijvingsbedrag dat jaarlijks minder wordt.

Desondanks als je er helemaal niet mee uitkomt kun je vasthaken aan enkele gebruiken in de praktijk. In de praktijk worden vaak de volgende percentages voor de volgende bedrijfsmiddelen gehanteerd.

  1. Gaat het om een woon-winkelpand dan is aanvaardbaar een afschrijvingspercentage rond 2 tot 3 % op jaarbasis.
  2. Gaat het om een fabriekspand dan is aanvaardbaar een afschrijvingspercentage rond de 3 tot 5 % op jaarbasis.
  3. Gaat het om auto’s dan is aanvaardbaar een afschrijvingspercentage rond de 20% op jaarbasis.
  4. Gaat het om inventaris en machines dan is aanvaardbaar een percentage rond de 10% op jaarbasis.

Zit je met je onderneming in de verhuur business betreffende pleziervaartuigen dan kun je hier als percentages het volgende als aangrijppunt hanteren.

Maak je binnen je onderneming gebruik van klippers, tjalken, skûtsjes en botters dan kun je een percentage aanhouden van 5% waarbij als restwaarde geldt 50%.

Voor een motorboot kun je hanteren een percentage van 10% op jaarbasis waarbij je wel rekening dient te houden met een restwaarde van 50%. Betreft het een kajuitzeilboot dan kun je hanteren een percentage van 10% waarbij je rekening dient te houden met een restwaarde van 40%. Voor allerlei overige boten in dit geval kun je een percentage aanhouden van 10% waarbij als restwaarde geldt een bedrag van 450.

Afschrijving vast percentage boekwaarde

Het kan ook voorkomen dat bepaalde bedrijfsmiddelen vergeleken met andere bedrijfsmiddelen sneller in productiviteit dalen naarmate de jaren verstrijken. In dat geval mag je dan als afschrijving een vast percentage van de boekwaarde hanteren. Je kunt hier dan denken aan fabrieksgebouwen, hotelpanden en touringcars.

Bij het drijven van je onderneming zullen afschrijvingen een vast onderdeel uitmaken van je administratie. Het is van belang dat je hierbij goed onderscheidt maakt naar soort bedrijfsmiddel zodat je op de juiste manier de afschrijving wel of niet kunt toepassen.

Artikel geschreven door

Roy schrijft graag over alles wat met ondernemen te maken heeft. Daarnaast is Roy ook voor een deel verantwoordelijk voor het onderhoud van de website van ZZP-Bedrijf.nl.

Gerelateerde berichten:

  1. Waardering bedrijfsmiddelen
  2. Bedrijfsmiddelen niet onderhevig aan afschrijvingen
  3. Investeringen nader bekeken
  4. Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek
  5. Exploitatiebegroting